Schrift 277 Zonde
jaargang 47 • nummer 3 • juni 2015 • pagina 75

Volgens de Franse filosoof Paul Ricoeur vinden we in het Oude Testament twee verschillende, maar complementaire opvattingen van zonde. Wat hij de ‘profetische’ zonde noemt, bestaat uit de verbreking van de persoonlijke relatie met God en is dus een radicale afwijzing van God zelf. Het is de schending van de oneindige eis van absolute volmaaktheid die van God zelf komt. Mens en volk staan naakt, hulpeloos en schuldig voor God, en er is een peilloze kloof tussen de heilige, transcendente God en het onreine volk. Zo’n zondigheid vraagt om complete, radicale bekering. Daarnaast kent het Oude Testament volgens Ricoeur ook een ‘legalistische’ opvatting van zonde. Dat is de zonde als overtreding van welomschreven, objectieve morele voorschriften die universeel en tijdloos zijn en losstaan van een persoonlijke wetgever. Deze overtredingen hebben vooral correctie nodig. Ricoeur benadrukt dat beide opvattingen van zonde elkaar aanvullen in de Bijbel. In de geschiedenis van het christendom vinden we deze twee typen zondigheid en zonde steeds terug, zij het in telkens andere vormen en met andere accenten.

Harm Goris is universitair docent systematische theologie aan de Tilburg School of Catholic Theology.

 

Aanvullende gegevens