Schrift 277 Zonde
jaargang 47 • nummer 3 • juni 2015 • pagina 86

De profeten van Israël en Juda hadden hun mond vol over zonde en schuld. Zonder hen was zonde beslist niet zo’n
item geworden. Daarom is het zinnig te vragen hoe zij over zonde spreken, en waaraan zij daarbij refereren. Tegelijkertijd willen we graag weten hoe men na de ballingschap met de profetische erfenis is omgesprongen. We kiezen uit die tijd twee visies op zonde. Het boekje Joël wijst schokkende, actuele gebeurtenissen aan als straf van God, maar gaat met de zonde een weinig profetische weg. Het boek Ezra ziet de schuld van het volk als een blijvende last, als een zwaard van Damocles. Hoe gelukkig moeten we zijn met deze toe-eigening van de profetische traditie? Was het uiteindelijk zonde van de profeten?

Harm van Grol is universitair docent Oude Testament aan de Tilburg School of Catholic Theology.

 

Aanvullende gegevens