Schrift 283 Metamorfosen van het paradijs
jaargang 48 • nummer 4 • september 2016 • pagina 133

Bij de oplettende lezer van het paradijsverhaal roept de bijbelse tekst nogal wat vragen op: Waarom mogen Adam en Eva geen kennis krijgen van goed en kwaad? Waarom wordt gezegd dat ze zullen sterven na het eten van de appel, en gebeurt dit vervolgens niet, of in ieder geval niet onmiddellijk? Waarom moet God navraag doen waar Adam is? Wist hij werkelijk niet waar hij was? Sommige vroegchristelijke denkers stelden deze en soortgelijke vragen ook al. Ze deden dat op buitengewoon scherpe wijze, en ze ontwikkelden op die basis een creatieve en tegendraadse lezing van het paradijsverhaal.

Matthijs den Dulk is universitair docent bronteksten jodendom en christendom aan de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen.

 

Aanvullende gegevens